Onderwijsaanpak verlamt thuisopvoeding van moslimjeugd
Rasit Bal
Taal en integratie
In onderwijskringen is het een algemeen geaccepteerd feit geworden dat het succes van de integratie van nieuwe Nederlanders vooral afhangt van hun kennis van de Nederlandse taal. De afgelopen jaren horen wij bewindspersonen heel vaak roepen: hoe eerder kinderen beginnen met Nederlands te leren, hoe beter. Daarnaast wordt ook de hele tijd – bijvoorbeeld in de troonrede 2009 – geroepen dat alles uit de kast wordt gehaald om jongeren die zich ‘onfatsoenlijk en respectloos gedragen’, streng aan te pakken. Dit alles kost de belastingbetaler honderden miljoenen per jaar en de vraag is of dit een goede aanpak is en helpt.
Terwijl volwassen migranten via allerlei voorzieningen ingeburgerd worden, heeft de overheid voor de kinderen van de migranten het onderwijsachterstandenbeleid. Uit onderzoeken blijkt namelijk dat zij met een taalachterstand de school binnen komen en die onvoldoende inhalen in de jaren daarop. De scholen ontvangen hiervoor extra financiële middelen en halen alles uit de kast om ze zonder achterstand door het programma heen te krijgen. Ondanks al die extra inspanningen maakt deze groep kinderen het basisonderwijs af met een onderwijsachterstand van 1 à 2 jaar. In kringen van onderwijs en politiek is het een vaststaand feit dat het thuisfront de oorzaak is van deze achterstand. Daar wordt het kind onvoldoende in zijn Nederlandse taalontwikkeling gestimuleerd, terwijl juist die taal zeer essentieel is voor hun emancipatie in de maatschappij. De ouders die thuis hun eigen oorspronkelijke taal centraal stellen duperen hun eigen kinderen. Dit veroorzaakt een grote verbijstering in de maatschappij.
Thuistaal als obstakel?
Tot de jaren negentig stond het onderwijsachterstandenbeleid helemaal los van cultuur. De minderheden mochten sowieso hun cultuur behouden. De Nederlandse taal was een instrument om je weg in de maatschappij te vinden. Bij de afschaffing van OALT (Onderwijs in Allochtone Levende Talen) kwamen de twee thuistalen (Turks en Marokkaans) in een concurrentieverhouding met het Nederlands. De Turkse en Marokkaanse ouders wilden hun eigen taal behouden als uiting van hun cultuur. Alleen daarmee konden zij hun geloofstraditie en cultuur aan hun nieuwe generatie overdragen. Daartegenover verdedigden de politiek en onderwijskringen krachtig dat voor de kinderen Nederlands veel belangrijker was. De gedachte was dat deze kinderen in Nederland zouden blijven en de taal van dit land moesten beheersen. De Turkse en Marokkaanse taal waren niet meer relevant voor hun maatschappelijke succes in Nederland. Juist door deze discussie kwamen die twee talen in een concurrentieverhouding met het Nederlands. Door deze concurrentieverhouding is toen bedacht dat dus de thuistaal hèt obstakel was. Elke woord Turks of Marokkaans dat de kinderen leren, zou ten koste van het Nederlands gaan. Daarom moest voorkomen worden dat deze kinderen Turks of Marokkaans als eerste taal leren. Deze talen moesten snel teruggedrongen worden, zodat het Nederlands hun eerste taal werd. Dit is nog steeds de heersende opvatting in kringen van onderwijs en politiek. Daarom is voor- en vroegschoolse educatie (VVE) uitgevonden, de meeste recente onderwijsinnovatie. Allochtone kinderen worden op zeer jonge leeftijd naar VVE-instellingen gelokt om daar te beginnen met het leren van de Nederlandse taal. Als zij beginnen met de basisschool, hebben zij daardoor relatief weinig taalachterstand. De basale taalvaardigheden hebben zij dan verworven. Daarvoor zijn er vele methoden ontwikkeld en veel gemeentelijke subsidies gereserveerd. Er is een discussie gaande over de vraag of deze kinderen verplicht moeten worden om naar VVE-voorzieningen te komen door de leerplichtleeftijd te verlagen.
Gelijke startpositie
De afgelopen decennia is veel werk verzet om de ‘opgelopen’ onderwijsachterstand tijdens de basisschoolperiode terug te dringen. Daarmee wordt nagestreefd dat alle kinderen een gelijke startpositie voor het voortgezet onderwijs hebben. De onderwijswereld en de politiek zijn heel innovatief geweest: onderwijsachterstandenbeleid, onderwijskansenbeleid, lokaal onderwijsbeleid, gewichtengelden, nieuwe leermethoden, nieuwe leren, opstap en instap, VVE, … Ouders die zich thuis onvoldoende voor het Nederlands inspannen, worden daarop aangesproken. Vooral als zij thuis via schotels hun oren naar Turkije of Marokko laten hangen en hun kinderen de Nederlandse zenders onthouden. Hun houding wordt deze ouders in de media, politiek en op school zeer kwalijk genomen, alsof zij hun eigen kinderen tot slachtoffer maken. Ik weet dat veel ouders het ook zo zien en zich niet alleen schamen maar ook hun kinderen nadrukkelijk stimuleren om naar de Nederlandse zenders te kijken.
Deze concurrentiestrijd tegen de ‘moedertaal’ sorteert wel effect. De kinderen die vooral naar VVE gaan, stoppen eerder met hun ‘eerste taal’. Zij komen de basisschool binnen met veel kennis van de Nederlandse taal. Zij kunnen zich uitdrukken en de basale taalvaardigheden hebben zij. Bij de Marokkaanse kinderen zien wij dat zij sneller, als zij drie-vier jaar zijn, stoppen met het Marokkaans Arabisch of Berbers. Ook onderling spreken zij graag Nederlands. De Turkse kinderen blijven wat langer Turks spreken, vooral als zij onder elkaar zijn. Maar als zij wat verder in hun ontwikkeling zijn, schakelen ook zij op het Nederlands over.
Inlopen van achterstand?
Ondanks alle inspanningen krijgt de school het niet voor elkaar om de thuis opgelopen achterstand in te lopen. Nog steeds maken deze kinderen de basisschool af met een achterstand. Nog steeds halen veel van deze kinderen de startkwalificatie niet. Nog steeds is de schooluitval bij deze groep leerlingen te groot. Blijkbaar sorteert de ‘voorsprong’ die wordt gegenereerd door voorschoolse educatie en andere onderwijsvoorzieningen geen blijvend effect. Is het weggegooid geld? Is het waar dat de leerkrachten zich voor niets uitsloven? Helaas moet ik constateren dat dit het geval is. En was dat maar alles …
Het onderwijsachterstandenbeleid kost de samenleving honderden miljoenen euro’s per jaar. De relatieve ‘voorsprong’ die dankzij dit beleid wordt bereikt, wordt maatschappelijk niet verzilverd. De basale taalvaardigheden (dat kinderen in het Nederlands aan te spreken zijn) die hiermee worden behaald, verbeteren het instroomniveau. Deze verbetering maakt het voor de docent van de onderbouw wat gemakkelijker, maar de bedoeling is dat alle kinderen in groep 3 en 4 dit niveau hebben. Dat zij in staat zijn om zich uit te drukken zodat onderwijs van start kan gaan. Zo wordt de ‘voorsprong’ van VVE gelijkgetrokken met de kinderen zonder die gekweekte voorsprong. Dan gaan de kinderen beginnen met het echte onderwijs (lezen, schreven, rekenen enz.). De gekweekte voorsprong gaat op in globale ontwikkeling van de kinderen en heeft geen toegevoegde waarde meer voor het vervolgonderwijs na de basisschool.
Basale taalvaardigheden en culturele taal
De beginfase van het voortgezet onderwijs is selectief, de leerlingen moeten daar terecht komen waar het onderwijsaanbod optimaal op hun potentie aansluit. Kennis van de taal op een bepaald niveau is één van de belangrijke selectiecriteria. Basale taalvaardigheden gekweekt door de VVE hebben geen enkele relevantie meer. In deze fase worden de kinderen niet zo zeer getest op de kennis van de taal maar op hun vermogen de taal analytisch te gebruiken, om hun waarneming van de werkelijkheid gestructureerd weer te kunnen geven. Dat vereist een bepaalde manier van denken. Als blijkt dat een leerling onvoldoende in staat is om de taal op een abstract niveau te beheersen (ik noem het de culturele taal), dan verwijst de school het kind naar een lagere vorm van onderwijs. Daar raken relatief veel van deze leerlingen gefrustreerd omdat er geen cognitieve uitdaging is. Dat is dan ook de reden waarom deze kinderen nog steeds op hun bek vallen en niet verder komen in hun onderwijscarrière. Deze aspecten van de taal kunnen niet via de voorzieningen voor- en vroegschoolse educatie verworven worden. De taalondersteuning die in de latere jaren van het onderwijs (bovenbouw van het primair onderwijs en basisvorming van het voortgezet onderwijs) worden aangeboden, redden deze kinderen ook niet. Extra middelen voor deze fase van het onderwijs gaan op in algemene middelen waardoor ze niet doelgericht in gezet kunnen worden. Als een deel van deze leerlingen toch het hoger onderwijs haalt, wordt hun taalvaardigheid daar nogmaals een groot obstakel waardoor relatief veel studenten afhaken.
Gevolgen van een misvatting
Het huidige beleid met zijn methodes en allocatie van middelen is de resultante van een grote misvatting, namelijk dat kinderen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond achterstand op zouden lopen ten gevolge van hun moedertaal. Daarom moeten deze kinderen zo vroeg mogelijk losgerukt worden van hun ouders, omdat zij hun kinderen een ‘verkeerde’ taal aanleren. Dit wordt bijvoorbeeld niet gedacht van kinderen van Duitse of Engelse ouders. Deze kinderen kunnen prima veeltalig worden grootgebracht. Er zijn zelfs onderzoeken die aantonen at kinderen meer dan drie talen aankunnen. Blijkbaar is het zo dat als onderwijsspecialisten en politici maar vaak genoeg herhalen dat in het geval van Turkse en Marokkaanse kinderen de moedertaal de boosdoener is, zij elkaar daarvan kunnen overtuigen. Zo wordt hoofdpijn bestreden met een medicijn voor de nieren. Dit leidt uiteraard niet tot genezing maar veroorzaakt nieuwe ziektes.
Vanwege dit beleid stoppen deze kinderen vroegtijdig met hun moedertaal. Dat wil zeggen dat de ontwikkeling van hun moedertaal stagneert wanneer ze er net de basale taalvaardigheden in hebben ontwikkeld. Daar komt nog bij dat relatief veel ouders van deze kinderen het Nederlands onvoldoende machtig zijn. Hoe moeten deze ouders hun kinderen dan opvoeden? Welk communicatiemiddel hebben zij dan om hun kinderen bij te brengen wat goed en wat kwaad is? Hoe moeten deze kinderen leren welke sociale omgangsvormen er zijn? Hoe je anderen respecteert? Hoe moet de moeder haar kinderen geborgenheid geven als zij dat niet kan uitdrukken in een taal die ook de taal van haar kinderen is? Hoe moet de vader ervoor zorgen dat zijn kinderen de socialiserende gedragcodes, waarden en normen internaliseren? Hoe moeten de ouders hun kinderen vertellen waarom je het gezag van de politie moet accepteren, waarom het nodig is dat mensen zich moeten aanpassen aan hun omgeving en dat ‘uitstel van behoeftebevrediging’ zeer essentieel en nuttig is voor socialisatie en maatschappelijke succes?
Bevelsopvoeding
Ouders die hun kinderen in deze omstandigheden op moeten voeden, zonder een daarvoor geschikt communicatiemedium, zijn heel snel genoodzaakt om het uitsluitend te doen met bevelsopvoeding. De kinderen moéten doen wat hun ouders zeggen. Omdat zij afhankelijk en/of bang zijn om gestraft te worden, gehoorzamen de kinderen hun ouders tot hun pubertijd. Voor instructies en bevel hebben de ouders en kinderen geen ingewikkelde taalconstructies nodig. Zo worden de ouders en kinderen gedwongen om de taal uitsluitend te gebruiken voor bevelsinstructies. In deze fase van hun ontwikkeling komen de ouders en kinderen niet verder dan het stellen van regels en afdwingen van ‘gewenst’ gedrag. Het is voorspelbaar dat in die situaties geweld en dreiging ook van partij zijn. Het is niet meer haalbaar om met je kinderen tot een goed gesprek te komen. De gemeenschappelijke taal, die onderontwikkeld is, laat dat niet toe. Hierdoor stagneert de taalontwikkeling en culturele vorming van de kinderen nogmaals.
Opvoeden tot zelfstandigheid
Het lopende onderwijsachterstandenbeleid heeft de thuisopvoeding helemaal verlamd en de ouders beroofd van hun opvoedingstaak. Zo is het niet bedoeld, maar dat is wel het effect. Hierdoor kunnen de ouders hun kinderen niet meer opvoeden, voorbereiden op de volwassen wereld. Daardoor hebben wij in Nederland een relatief grote groep jongeren die thuis onvoldoende op die wereld voor zijn bereid. De school, politie of gemeente kunnen het nadelige effect van de verlamming van de thuisopvoeding onmogelijk compenseren. Het is ook niet hun functie om de ouders in hun opvoedingstaak te vervangen. Over het algemeen zien wij dat deze instellingen repressief optreden, strenger en strenger. Net zoals de ouders van deze kinderen. Bovendien hebben deze aanpak en de spanningen in de thuisopvoeding het effect dat de ouders een weerstand ontwikkelen tegen het leren van de Nederlandse taal, vooral door henzelf. Om hun culturele en religieuze identiteit te behouden gaan zij de nadruk leggen op hun eigen taal. Ze hopen dat zij hun identiteit op die manier kunnen handhaven en overdragen. Hierdoor wordt het zelfs een gewetenskwestie. Dat wordt vooral veroorzaakt door het onderwijsachterstandenbeleid.
Behendig met de Nederlandse taal
‘Integratie met behoud van eigen cultuur’ kon niet meer. Dat is inmiddels algemeen aanvaard,ook door de moslims van Turkse en Marokkaanse achtergrond. Alle mensen die in Nederland leven, moeten zich aanpassen, de Nederlandse taal leren en zich de gangbare cultuur van Nederland in grote lijnen eigen maken. Ook de toekomst van de moslimkinderen ligt in deze cultuur en behendigheid in de Nederlandse taal is essentieel. Alleen zo kom je daar terecht waar recht wordt gedaan aan je kwaliteiten. Extra middelen voor onderwijsachterstanden worden niet in de juiste fase ingezet. De zo gekweekte voorsprong sorteert geen blijvend effect. Bovendien worden deze kinderen geselecteerd op taalvaardigheden die zij zich niet eigen hebben kunnen maken in de fase van primaire onderwijs. Eenzijdig en onzorgvuldig ‘opdringen’ van de Nederlandse taal en cultuur heeft de nieuwe Nederlanders enorm afgeschrokken. Alsof zij hun culturele en religieuze identiteit moeten verloochenen, als zij Nederlands leren. Hier komt nog het onbedoelde effect bij dat het de ouders heel erg lastig wordt gemaakt om hun opvoedingsverantwoordelijkheid te nemen. Mede dankzij het onderwijsbeleid hebben wij een generatie die helemaal geen ‘cultuur’ heeft, noch die van hun ouders (eigen cultuur), noch die van Nederland. Wat koop je dus met de honderden miljoenen euro’s van het onderwijsachterstandenbeleid: lastige en onbeheersbare jeugd, schooluitval, maatschappelijke onrust, verbrokkelen van sociale cohesie, verrechtsing van de samenleving, enz. Dat kost weer miljoenen, niet voor Onderwijs maar voor Sociale Zaken, Justitie en Binnenlandse Zaken. Het wordt tijd dat de Nederlandse overheid inziet dat haar taalbeleid ondoordacht is en gebaseerd op een te simpele benadering, die ook nog gepolitiseerd is.
| Rasit Bal komt oorspronkelijk uit Turkije. Sinds de jaren 90 is hij betrokken bij het islamitisch onderwijs als bestuurder en oprichter. Hij was beleidsmedewerker en directeur van ISBO (koepel van de islamitische scholen). Sinds twee jaar is hij als projectleider en coördinator betrokken bij de imamopleiding. Daarnaast is hij bestuurslid van het CMO (Contactorgaan Moslims en Overheid) en NIF (Nederlandse Islamitische Federatie). |



