Ga terug   Home > Cultuur


Het nieuwe wij


Soms lijkt de samenleving op een verzameling losse individuen met niet meer samenhang dan knikkers in een zak. Weinigen willen terug naar de benauwende groepscultuur van de verzuilde samenleving, maar wel klinkt steeds luider de roep om een 'nieuw wij', een samenleving waarin mensen elkaar, ondanks alle verschillen, zien staan en waarderen. Wat is dat nieuwe 'wij'? Socioloog Iliass El Hadioui pleit voor meer religie en spiritualiteit in het publieke domein.

Het nieuwe wij is gestoeld op ethiek

Iliass el Hadioui

Alles in de werkelijkheid lijkt te bestaan uit paren die elkaar zo nu en dan afstoten maar op andere momenten tot elkaar komen. Het is dit oeroude sociologische mechanisme dat de mensen opdeelt in een ‘wij’ en een ‘zij’ die los van elkaar staan, die elkaars spiegelbeeld vormen. Mensen vinden hun identiteit blijkbaar graag in vergelijking met de ‘ander’. Een ‘wij’ impliceert dan ook altijd een ‘zij’ dat anders is, waarnaar verwezen kan worden om grenzen te trekken, om uiteindelijk de diepe behoefte aan een eigen identiteit te bevredigen.

Maar wat te doen als een samenleving niet meer opgedeeld is in duidelijke stammen en volksgroepen? De verzuiling die zolang voor veilige identiteitsverlenende kaders had gezorgd, lijkt verleden tijd. De fundamentele opdeling van een maatschappij in subgroepen die via hun elites, gevraagd of ongevraagd, met elkaar verbonden waren en die opgenomen waren in dezelfde samenleving zonder werkelijk te hoeven samenleven, lijkt te zijn geërodeerd. Weliswaar bestaan de structuren van de verzuiling nog steeds, maar ze vervullen in veel mindere mate een ideologische of spirituele functie dan vroeger. De aanwezigheid van een gemeenschap rondom instituties die bereid is sociaal, fysiek, economisch en emotioneel in de eigen zuil te investeren heeft plaatsgemaakt voor ‘lichte’ gemeenschappen. Individuen zijn slechts selectief en op selectieve punten bereid in het gemeenschappelijke te investeren.

Bevrijding

De ontzuiling werd en wordt in bepaalde kringen beschouwd als een bevrijding van een vaststaande en opgelegde identiteit. Het individu kwam immers centraal te staan en niet langer de gemeenschap. Met de individualisering werd de basis gelegd voor de dominantie van economisch denken en handelen. Het individu kreeg de vrijheid om zich te ontplooien en ontwikkelen en zich toe te leggen op een op maat gesneden carrière. Dit was dan ook precies het devies van de jaren negentig van de vorige eeuw. Kapitaal, nut en winstmaximalisatie ontwikkelden zich in rap tempo tot de doelstellingen van het leven, ook van het sociale leven. Sociale relaties werden netwerken, contacten werden mogelijkheden en giften werden lange termijninvesteringen. Het sociale leven werd, in de woorden van de Duitse sociaal filosoof Jürgen Habermas, ‘gekoloniseerd’ door de ‘systeemwereld’ waar de technisch-instrumentele rationaliteit domineerde. Toen de deken van de gemeenschap afviel, kreeg de economie ruim baan en die presenteerde zich als een aantrekkelijk idool. Dit idool is inmiddels doorgedrongen in het private leven van mensen, die hun
eigen bestaan en de omgang met anderen steeds meer zijn gaan beschouwen en definiëren in het vocabulaire van de economie.

Dit alles wil niet zeggen dat mensen vóór deze periode van economische dominantie niet economisch dachten. Economisch denken is van alle tijden. De transformatie waarop ik hier duid, betreft precies die dominantie van het economisch denken. Het denken in termen van nut, winstmaximalisatie, kosten en baten doortrekt tegenwoordig alle domeinen van het leven, ook de domeinen waar voorheen liefde, bescherming en altruïsme de boventoon leken aan te geven. Het economisch leven dat mensen voortbrachten als een middel tot leven evolueerde mettertijd tot het doel van het leven. Die ‘kolonisering van de leefwereld’ waar Habermas over spreekt, impliceert niet louter de toegenomen rol van marktwerking in de maatschappij. Het gaat veel verder. Het gaat erom dat de technische rationaliteit, die de relaties in de economie definieert, nu ook de logica is geworden waarmee de intermenselijke verhoudingen in de sociale sferen gevoed worden. Het gaat echt om een diepe verschuiving die de wereld op zijn kop heeft gezet en waarin de technische rationaliteit als een bulldozer het private achterland is binnengestormd en alles van plek heeft doen veranderen.

Ontwrichting

In wezen leidt dit proces tot een diepe ontwrichting en tot het ontstaan van een sociaal vacuüm in het intermenselijke verkeer. De opbouw van sociale structuren zonder winstoogmerk, van een maatschappelijk middenveld, is niet meer natuurlijk en vanzelfsprekend. Want het publieke domein begint immers meteen buiten de deur: ook buren, collega’s en soms zelfs familieleden behoren nu tot de ‘buitenwereld’, omdat ze op afstand zijn gezet door de individualisering en economisering van het sociale leven. Het sociale leven is in wezen gereduceerd tot een beperkt netwerk van een aantal mensen, maar dat sociale leven is niet meer vervlochten met het publieke leven. Het publieke leven kent geen ‘verhaal’ meer, het heeft niets meer te vertellen dan het verhaal van de economische groei, omdat de link met het verleden is doorgesneden door de individualisering in families en gemeenschappen. De maatschappelijke structuren zijn nauwelijks nog gestoeld op families en gemeenschappen, maar veel meer op individuen, netwerken en bedrijven.

En dit besef scheurt door de generaties van alle bevolkingsgroepen heen. Of het nu gaat om autochtonen of om migranten, rijk of arm, hoog- of laagopgeleid: de aanwezigheid van een gemeenschappelijk kader, in de letterlijke zin van het woord, is niet meer vanzelfsprekend. Want het is nu eenmaal zo dat de economie niet in staat is om bevredigende antwoorden te verschaffen op de diepere, existentiële levensvragen; op het waarom van het leven en de verhouding tot de dood. De nadruk op economische groei verhult de pijnlijke afwezigheid van deze antwoorden en de maatschappij verkeert in een toestand van een ‘doodsnegatie’, zoals de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel het noemt, omdat zij niets wil weten van de altijd aanwezige onvermijdelijkheid van het einde. Het paradoxale is dat door de afwezigheid van een gemeenschap de existentiële antwoorden tegelijkertijd minder vanzelfsprekend en meer noodzakelijk werden. De antwoorden bladderen af, terwijl de behoefte eraan zich des te sterker doet voelen. Een sociale identiteit verkrijg je in de interactie met anderen, zoals de sociale psychologie ons leert. Het ontbreken van die interactie - of de ‘vereconomisering’ ervan - neemt de behoefte aan sociale identiteit niet weg. Met andere woorden: die identiteit, dat vertrouwde sociale kader, is gekaapt door de economie.

Dat is een van de diepe oorzaken voor de ogenschijnlijke afwezigheid van een collectieve identiteit. De maatschappij bestaat uit een verzameling individuen, netwerken, belangengroepen, bedrijven; partijen die de motor van het dagelijkse maatschappelijke verkeer draaiende houden, maar de richting van dat dagelijkse verkeer is inmiddels onduidelijk geworden, behalve dan economische groei en de beschermingswaardigheid daarvan. De betekenis van het leven als zodanig is een ondefinieerbare leegte geworden en wij staan met de handen in het haar als het gaat om de vraag hoe daaraan invulling te geven.

Ethische principes

Het is tegen deze achtergrond dat er de laatste tijd alom sprake is van een zoektocht naar het ‘nieuwe wij’. Dat ‘nieuwe wij’, het idee dat er gewerkt moet worden aan een nieuwe visie op een gemeenschap die inclusief is, zal dan ook per definitie gestoeld moeten zijn op ethische principes. Een ‘nieuw wij’ dat gebaseerd is op economische principes is kunstmatig omdat het, uiteindelijk, de mensen geen inhoudelijke visie biedt op leven en samen-leven. Een ‘nieuw wij’ heeft alleen kans van slagen als de economie, die nu zo dominant is en verworden is tot een doel in zich, weer haar plaats krijgt gewezen: dat van een middel dat mensen moet dienen, en niet andersom. De economie zal uiteindelijk ook gehoor moeten geven aan ethische principes die haar en, daarmee samenhangend, de eenzijdige cultuur van consumptie en productie zullen moeten reguleren.

Het ‘nieuwe wij’ is een maatschappijvorm waarbij mensen zich opgenomen voelen in de grote stroom van de geschiedenis. Binnen het nieuwe wij voelen mensen zich uitgedaagd om, naast de ‘natuurlijke’ bindingen in eigen kring, ook banden aan te gaan met anderen die mogelijk een andere achtergrond en levensbeschouwelijke inspiratiebron kennen. Zo gaat men op zoek naar datgene wat goed is voor iedereen, men stimuleert en tracht te bewerkstelligen wat uiteindelijk het beste, het zuivere, het excellente is voor alle mensen. Om burgers op dat niveau van sociaal bewustzijn te krijgen is er spiritualiteit en ethiek nodig. Dit is dan ook de positie die bijvoorbeeld steeds meer moslimjongeren innemen. In tegenstelling tot de gangbare publieke opinie zijn zij zich steeds meer bewust van het feit dat zij níet buiten hun religieuze bronnen hoeven te treden om burger van de Nederlandse maatschappij te zijn, maar dat zij juist in de toewijding aan die spirituele boodschap een nieuwe dimensie kunnen geven aan de maatschappij waarin zij leven. Zij herkennen in de islam een universeel referentiepunt bij hun streven naar wat goed is, nut heeft en welzijn bevorderend is voor alle mensen en bij hun strijd tegen wat kwaad berokkent en schadelijk is voor allen.

Rol van religie

Dit besef opent de weg voor een nieuwe kijk op de rol van religie in het publieke leven. De tendens van het laatste decennium was om religie in het algemeen en de islam in het bijzonder weg te definiëren uit het publieke leven. Een verkeerd begrepen scheiding van kerk en staat - die opgevat werd als een scheiding van religie en publieke domein - heeft ertoe geleid dat religieuze groepen, en dan vooral christenen en moslims, het gevoel kregen verstoppertje te moeten spelen en hun inspiratiebron te moeten verbergen. Dit heeft er vervolgens toe geleid dat er een diep wantrouwen is ontstaan bij deze groepen ten aanzien van de maatschappij die hen het gevoel geeft ongewenst te zijn.

Een ‘nieuw wij’ kan dit wantrouwen wegnemen, wanneer mensen de ruimte krijgen ook in het publieke leven te spreken over religie, ethiek en spiritualiteit. Dat spreken kan er trouwens heftig aan toegaan. Dat is niet verkeerd, omdat de mensen dan, in de onderlinge confrontatie, gaan nadenken over zichzelf en hun omgeving. Niet spreken, maar wel denken over de spanningsvolle verhoudingen waarin we nu leven, leidt tot vooroordelen en kunstmatige beelden. De ander treedt dan niet werkelijk naar voren en gemeenschappelijke ambities gericht op een beter samenleven voor allen komen niet van de grond. Zo zijn er veel moslimjongeren in Nederland die de spirituele toewijding aan hun inspiratiebron, tot uiting komend in bidden, vasten, het opdoen van theologische kennis, het doneren van geld aan wezen en armen, zonder al te veel problemen weten te combineren met een maatschappelijke positie van studeren of werken. Dag in dag uit staan zij intensief in contact met medeburgers met andere achtergronden met wie zij samenwerken bij het produceren van kennis, producten, diensten of sociale projecten die het algemene belang dienen. Zij doen dit vanuit hun eigen religieuze inspiratiebron en in het verlangen daaraan trouw te blijven. De uitdaging is dus om voorbij de stereotype beelden van ‘liberaal’ versus ‘fundamentalistisch’ te komen. Er zijn mensen die als moslim door het leven gaan en niet-praktiserend zijn, alcohol drinken, maar wel de politieke dictatuur steunen, en er zijn praktiserende moslims die niets van alcohol moeten hebben, maar vurige pleiters zijn voor de bescherming van mensenrechten en politieke vrijheden. We moeten kijken naar wat mensen in petto hebben en hoe ze dat kunnen inzetten voor de verbetering van de maatschappelijke orde.

Niet voor bange mensen

Het ‘nieuwe wij’ is een visie op burgerschap waarin mensen, ongeacht hun achtergrond, in het centrum van het politieke en maatschappelijke leven de ruimte krijgen om af te tasten welke overeenkomstige ambities zij hebben op het terrein van onderwijs, sport, gezondheidszorg, arbeidsmarkt, milieubeleid en al die andere domeinen, om elkaar daarin te ondersteunen, om ideeën, diensten en producten te ontwikkelen die het goede stimuleren en het kwade verminderen. En in dat maatschappelijke verkeer vormen ethische principes de grondslag. Ook is er in dat maatschappelijke verkeer de ruimte om elkaar uit te dagen, om op het scherpst van de snede te discussiëren over de essentie van het leven en de verhouding tot de dood. Het ‘nieuwe wij’ is dan ook niet voor bange mensen. De weg is lang en vol beproevingen, maar niemand heeft ons beloofd dat het makkelijk zou zijn.

Iliass El Hadioui [1983] is als socioloog verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij doet promotieonderzoek naar de sociale uitsluiting van Rotterdamse jongeren in het onderwijs, de arbeidsmarkt en de expressieve sfeer, en de gevolgen hiervan op hun identificatie en desidentificatie met school, stad en samenleving. Dit artikel is overgenomen uit het oecumenische opinieblad VolZin.

Het nieuwe wij op het internet
Op de multimediale website
www.nieuwwij.nl, een initiatief van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving, Echte Welvaart en Bureau Intermonde, staat de vraag centraal: hoe ziet een samenleving eruit waarin alle Nederlanders zich thuis kunnen voelen? De site brengt ideeën, gesprekken met bekende en minder bekende Nederlanders, informatie en meningen over ‘het nieuwe WIJ’ en is onderdeel van het project W!J dat eind vorig jaar gestart is. De site is genomineerd voor de Kerk en Wereld Jongerenprijs die op 31 oktober wordt uitgereikt.



Currently there are no comments.



Zoeken













© IslamWijzer.nl