Orgie in het badhuis
—De rijke erotische traditie van de islam—
Jan Jaap de Ruiter
De Arabisch-islamitische culturen zijn doordrenkt van erotiek en passie. Elke moslim en kenner van genoemde culturen kan, ja, moet dit desgevraagd bevestigen.
Malek Chebel is de auteur van de Encyclopédie de l’amour en islam, De Encyclopedie van de liefde in de islam [1995, Editions Payot & Rivages]. Dit juweeltje is bij mijn weten niet beschikbaar in het Nederlands en dat is jammer. Zevenhonderdenacht volle pagina’s zijn gewijd aan de rijke wereld van ‘erotiek, schoonheid en seksualiteit in de Arabische wereld, Iran en Turkije’, aldus de ondertitel. Een boek om likkebaardend door te nemen. Zo staan er de éénenvijftig ‘belangrijkste termen’ in voor het Arabische woord liefde, waarvan er meer dan honderd bestaan. De Arabische cultuur is doordesemd met liefde en verhalen rond liefde.
Onder het kopje vagina geeft Chebel een overzicht van de termen die voor het vrouwelijke geslachtsdeel gevonden worden in de Arabische erotische literatuur. Daar gaan we: kabl, de plek van ontvangst; sjaqq, scheur; mesjaqq, (zee)straat; zerzoer, spreeuw; elsekoetie, de zwijgzame; et taleb, de bedelaar; en noeffach, de opgepompte; aboe sjefrain, de dubbellippige; al ghorbal, de zeef. En zou de westerse cultuur equivalenten kennen voor de volgende benamingen van de penis? El hamama, de duif; el teunana, de klokkenluider; el ahlil, de bevrijder; en naase, de slaper; ad doekdak, de aanklopper; al dakhkhal, de penetreerder; al kharrazj, de zich terugtrekkende; al ‘atar, de goaltjesdief; al kezzaz, de kwispelaar en ga zo maar door. Origineel, vermakelijk, gewaagd maar niet ordinair.
Balsem
De lemmata in de encyclopedie zijn soms heftig pornografisch van aard, maar vooral toch erotisch en vol van smart en passie. Voor de door liefdesverdriet of passie gekwelde mens zijn de verwijzingen naar Arabische, Iraanse en Turkse gedichten en liefdestractaten een balsem voor de ziel. Een poëem van hofdichter Aboe Noewas [762-812], van de Abbassidische kalief Haroen al Rashied [763-809] spreekt boekdelen:
Meisjes heb ik voor jongens opgegeven
Helder water heb ik voor goede oude wijn ingeruild
Verweg van de rechtgeleide weg heb ik zonder dralen
Mijn voorkeursroute genomen, die van de zonde.
De dichter heeft niets met de droit chemin, de rechtgeleide weg, een directe verwijzing naar deze in de openingsoera van de Koran genoemde weg, want hij geeft er de voorkeur aan alle banden door te snijden en ongegeneerd de weg van de zonde te bewandelen. Aboe Noewas was een in hofkringen en ver daarbuiten gezien dichter in zijn tijd, de periode van bloei van het Arabisch Abbassidische wereldrijk [750-1258]. Zijn gedichten worden tot vandaag de dag gelezen, voorgelezen en gezongen. De Nederlandse schrijver Hafid Bouazza heeft menig erotisch gedicht van Noewas, en ook andere Arabische dichters, zeer verdienstelijk in het Nederlands vertaald.
Het verdorven Oosten
De islamitische culturen grossieren in een rijke erotische traditie en het is niet voor niets dat ze daarom indertijd de aandacht trokken van negentiende-eeuwse Europese oriëntalisten. Eveneens likkebaardend, maar nu ongetwijfeld van gespeelde weerzin, beschreven ze de ‘verdorven’ praktijken in de harems van sultans en lokale machthebbers en de ‘orgieën’ die plaatsvonden in de badhuizen. Nee, dan was het Victoriaanse Britse gemenebest van een veel hoger ethisch en zedelijk niveau: “Dat soort dingen doen wij niet. Dat gebeurt slechts in het door en door verdorven Oosten.” Het Oosten dat de fantasie maar al te zeer prikkelde, wat leidde tot beschouwend en zelfs participerend Europees toerisme. Later zou de Palestijnse politicoloog Edward Said in zijn wereldberoemd geworden geschrift Oriëntalisme de oriëntalisten beschuldigen van verkrampte beeldvorming van het Arabische islamitische Oosten: de Arabische wereld zou veel meer zijn dan seks alleen.
Waren we vandaag maar behept met dit negentiende-eeuwse oriëntalistische beeld. Stond de islam maar bekend als een rijke cultuur, niet alleen op het gebied van de erotiek, maar ook om zijn poëzie en prozaliteratuur in het algemeen. Zo zijn de verhalen van Duizenden-een-nacht vertaald in het Nederlands (uitgeverij Bulaaq, door vertaler Richard van Leeuwen) maar niemand die de link legt tussen de sappige vertelsels, verhaald door Shahrazad en de eeuwig boze imam Fawaz uit Den Haag. Toch komt deze imam en ook eertijds imam el Moumni (“Homo’s zijn lager dan honden en varkens”) uit een cultuur waar (homo-)seks overal op de loer ligt.
De fundamentalistische islam en de recente gebeurtenissen in wereld en eigen land hebben de beeldvorming drastisch veranderd. Islam en seks zijn voor de gemiddelde Nederlander twee elkaar uitsluitende grootheden, zo lijkt het wel. Ze concluderen dat onder andere uit de verhalen over lijfstraffen op overspel en homoseksualiteit. Islamitische zedenmeesters dragen aan die beeldvorming bij door de westerse perversie aan de kaak te stellen en daartegenover een zuivere bijna seksloze islam te schilderen.
Victoriaanse wet
De waarheid is evenwel een andere. De Arabische islamitische wereld kent natuurlijk een strenge religieuze wet, de sharia, en als die wordt toegepast, is dat slecht nieuws voor vrijwel alle mensen die aan seks doen, want er mag maar bitter weinig op het gebied van seks. Maar die sharia werd eertijds in veel islamitische landen vooral met de mond beleden. Zo is er de lachwekkende eis op het vaststellen van overspel dat vier onafhankelijke mannelijke getuigen de eigenlijke penetratie moeten hebben gezien. Tja, wanneer komt dat nu daadwerkelijk voor? De soep werd tot voor kort niet zo heet geconsumeerd als hij werd opgediend. Maar nadat de islamitische republiek Iran in 1979 werd gesticht en met de opkomst van islamitische fundamentalistische bewegingen en de ethnic cleansing die nu plaats vindt in Irak en stilletjes aan ook in Syrië en Libanon, lijkt de orthodoxe islam langzaam maar zeker de islamitische wereld te veroveren. En dat hoeft niet eens middels een machtswisseling. In een land als Egypte, dat stevig onder de knoet van president Moebarak zit, zien we een toenemende beperking van seksuele vrijheid en publieke ruimte van de vrouw. Islamitische bewegingen zijn hier verantwoordelijk voor. De overheid houdt de zaken in de gaten maar grijpt nauwelijks in. Aan maatschappelijke onrust heeft zij namelijk een broertje dood en zo kunnen de fundamentalisten hun normen en waarden aan de bevolking opleggen.
Overigens hebben verschillende vooral Aziatische staten nog een andere stok om mee te slaan. Landen die eertijds onder Brits koloniaal bestuur stonden, kregen ook de Britse zedelijkheidswetgeving opgelegd. Veel van die wetten bestaan nog steeds en zo kan het zijn dat landen als India, Pakistan, Singapore en Maleisië een Victoriaanse wetgeving hebben met betrekking tot bijvoorbeeld homoseksualiteit: met dank aan de superieure westerse culturen.
Ik, Jan Cremer
Je kunt je afvragen wat er de oorzaak van is dat diezelfde Arabisch-islamitische cultuur zowel de frivole Duizend-en-een-nacht voortbracht als de strenge sharia. Maar is die vraag wel legitiem of anders gesteld, alleen aan de islam voorbehouden? De westerse cultuur bracht toch ook de Heidelberger Catechismus voort en de Dordtse Leerregels, alswel romans als Lolita en Ik, Jan Cremer? Elke cultuur kent zijn uitersten en het zijn vaak factoren van sociaal-economische of politieke aard die bepalen welke stroom de overhand heeft. Bij economisch hoogtij en welvaart baadden de khaliefen en sultans in weelde en wellust. Vaak verviel een dynastie zo tot gemakzucht en corruptie en werd het volk als reactie opgehitst door orthodoxe stromingen: back to the roots was het credo, een revolutie het gevolg en een nieuw bewind kwam aan de macht dat beloofde in de geest van de profeet, zuiver en recht in de leer, te regeren. Totdat diezelfde welvaart en wellust een einde maakten aan ook deze dynastie. Het zijn herkenbare mechanismen die zeker niet alleen aan de islamitische wereld voorbehouden zijn. Het is een fout te denken dat het onmogelijk is dat, in dit geval, de islamitische cultuur zich niet zou kunnen uiten in zowel erotische gedichten als in wetsartikelen die handafhakken verordonneren. Vandaag zien we helaas alleen het laatste. Het eerste is nog springlevend, maar helaas (ver weg) onder de oppervlakte.
Rollebollen
In vrijwel alle religies ter wereld is de combinatie religie en seks gewoonweg ongelukkig. De islam is op deze regel geen uitzondering. En dat betekent dus dat seks ook in de Arabisch islamitische wereld in al zijn veelvormigheid beleefd wordt. Tot op de dag van vandaag. De Syrische auteur Salwa el Neimi schrijft zonder scrupules over haar erotische en pornografische fantasieën in haar roman Honing proeven [Meulenhoff, 2008] en stelt dat volgens haar het Arabisch the one and only taal van de seks is. Zij betoogt zelfs dat islamitische geleerden het er indertijd al over eens waren dat erotiek en voorspel een verplicht onderdeel van seks waren en dat zelfs imam Khomeini gesteld had dat zoenen en over elkaars lichamen heen rollebollen technisch gesproken geen overspel zijn (maar wel strafbaar middels zweepslagen, dat dan wel weer).
We leven in een tijd van beeldvorming. De beelden bepalen de realiteit. Keer op keer echter vertellen moslims en ter zake kundige niet-moslims dat het leven van de gemiddelde moslim niet overeenkomt met wat media, islambashers en fundamentalistische moslims (les trois bien étonnés de se trouver ensemble) ons willen doen geloven.
Och, werden ze maar meer gehoord. Is de islam echt zo’n liefdeloze harde godsdienst? Laat de Koran spreken. De profeet zei, volgens Soera 3 vers 31: “Als jullie God liefhebben, volgt mij dan en God zal jullie liefhebben en jullie je zonden vergeven. God is vergevend en barmhartig.” Ik denk dat maar weinig lezers weet hebben van deze liefdevolle en vergevingsgezinde tekst, die zo uit de Bijbel genomen lijkt te zijn. We hebben aan al deze weetjes echter weinig, als we eveneens weten dat hard liners aan beide kanten de agenda en de discussie bepalen. Och, mocht het toch zover komen dat moslims meer dan ooit hun rijke erotische cultuur laten zien en zich baseren op de liefdevolle en barmhartige Koran, en dat het publiek en de media meer aandacht aan die kant van de zaak geven.
|
Jan Jaap de Ruiter [1958] studeerde arabische taal- en letterkunde in Utrecht en Cairo. In 1989 promoveerde hij op een onderzoek naar de taalsituatie van Marokkanen in Nederland. Sindsdien is hij als docent en onderzoeker verbonden aan de Universiteit Tilburg. Hij deed o.a. onderzoek naar het Arabisch als minderheidstaal en de positie van de islam. Daarnaast heeft hij zich altijd geïnteresseerd in het Berbers en de Berberssprekers. In 2003 debuteerde De Ruiter als literair auteur. Op kleine schaal vertaalt De Ruiter Arabische literaire teksten in het Nederlands. Voor meer informatie over zijn wetenschappelijke en literaire publicaties: www.janjaapderuiter.nl Overgenomen uit het oecumenische opinieblad VolZin. |



