Dar al-Tarjama
15 februari 2009, 13:11
Salaam alaikoem,
Ook het tweede deel van ‘Inzicht in de straffen van de sjaria’ is online gepubliceerd:
- - - - - - -
De islamitische sjaria voorziet twee verschillende soorten straffen: Tazier en Hoed. Tazier, de lichtere vorm van de twee, betekent de crimineel beschamen of vernederen voor de overtreding die hij begaan heeft tegenover een lid van de samenleving. Het doel van deze aanpak is om op te voeden en de dader te hervormen om zijn herintegratie in de maatschappij te vergemakkelijken. De mate en de uitvoering van Tazier wordt overgelaten aan het oordeel van een rechtvaardige, betrouwbare, en geleerde rechter (Qadi). Aan de andere kant is Hoed (letterlijk ‘grens’ of ‘limiet’) een zwaardere straf, omdat het ‘een aansprakelijkheid is als gevolg van het overschrijden van Allah’s grenzen’ . De Hoed straf wordt gegeven als er sprake is van een schending van de mensenrechten.
Abdur-Rahman Doi wekt in zijn encyclopedisch werk Sjaria: De islamitische wet de indruk dat er slechts zeven scenario’s bestaan waarin die Hoed sancties worden gegeven in het islamitische recht, waaronder moord met voorbedachte rade, diefstal, overspel en (gewelddadige) beroving. Het is niet verrassend dat dit gedeelte van de islamitische wetgeving vaak de koppen in de media haalt. Volgens de islamitische juristen is het doel van de Hoed straffen educatief, preventief, en vooral een afschrikmiddel. Straffen zijn dan ook bedoeld om het gevoel van rechtvaardigheid in de gemeenschap te behouden door een publieke afwijzing van de handelingen die in strijd zijn met Allah’s grenzen. Er wordt van hen verwacht een diep gevoel van afschuw voor overtredingen tegenover hun medemens in de maatschappij te ontwikkelen, en tegelijkertijd ook tegenover Allah – overtredingen die, volgens de Qoer’aan, de diepere oorzaak van alle ziekten en de corruptie in het menselijk leven zijn.
TOESTEMMING VOOR VERGELDING
Een ander kenmerk van het islamitische strafwetboek is het recht van vergelding (Qisaas). Wanneer een persoon fysieke schade veroorzaakt bij een medemens, geeft de islaam de benadeelde partij het recht op evenredige vergelding. De Qoer’aan legt het concept van vergelding als volgt uit, wat vertaald kan worden als: “En de vergelding voor een slechte daad (sayyi’a) is dezelfde slechte daad (sayyi’a), maar voor wie vergeeft en verzoent: zijn beloning is bij Allah. Voorwaar, Hij houdt niet van de onrechtplegers.” (VBQ 42:40) Dit systeem wordt voortdurend door critici bestempeld als primitief en onbeschaafd. Murad beargumenteert echter: “Vanuit islamitisch standpunt werd in de geschiedenis het primitieve nooit per se gelijkgesteld met het onbeschaafde, omdat de menselijke natuur, aanleg, en goddelijke leiding altijd dezelfde zijn gebleven.” Volgens de Qoer’aan behoort het recht van vergelding tot individuen, en niet tot de samenleving of de staat. Deze eenvoudige verschuiving in verantwoordelijkheid leidt tot een ingrijpende verandering in het hele systeem van rechtvaardigheid. In plaats van een onomkeerbaar proces van berechting en bestraffing te beginnen (hetgeen veel tijd, financiële steun, en jarenlange inspanning vereist), biedt de islamitische wet de mogelijkheid voor een schikking tussen individuen. En dit zonder de inmenging van een onpersoonlijk bureaucratisch mechanisme, terwijl het individu ook niet het recht in eigen handen mag nemen.
- - - - - - -
Het gehele artikel en deel I is te vinden op de website (http://www.daraltarjama.com/dt_du).
Ook het tweede deel van ‘Inzicht in de straffen van de sjaria’ is online gepubliceerd:
- - - - - - -
De islamitische sjaria voorziet twee verschillende soorten straffen: Tazier en Hoed. Tazier, de lichtere vorm van de twee, betekent de crimineel beschamen of vernederen voor de overtreding die hij begaan heeft tegenover een lid van de samenleving. Het doel van deze aanpak is om op te voeden en de dader te hervormen om zijn herintegratie in de maatschappij te vergemakkelijken. De mate en de uitvoering van Tazier wordt overgelaten aan het oordeel van een rechtvaardige, betrouwbare, en geleerde rechter (Qadi). Aan de andere kant is Hoed (letterlijk ‘grens’ of ‘limiet’) een zwaardere straf, omdat het ‘een aansprakelijkheid is als gevolg van het overschrijden van Allah’s grenzen’ . De Hoed straf wordt gegeven als er sprake is van een schending van de mensenrechten.
Abdur-Rahman Doi wekt in zijn encyclopedisch werk Sjaria: De islamitische wet de indruk dat er slechts zeven scenario’s bestaan waarin die Hoed sancties worden gegeven in het islamitische recht, waaronder moord met voorbedachte rade, diefstal, overspel en (gewelddadige) beroving. Het is niet verrassend dat dit gedeelte van de islamitische wetgeving vaak de koppen in de media haalt. Volgens de islamitische juristen is het doel van de Hoed straffen educatief, preventief, en vooral een afschrikmiddel. Straffen zijn dan ook bedoeld om het gevoel van rechtvaardigheid in de gemeenschap te behouden door een publieke afwijzing van de handelingen die in strijd zijn met Allah’s grenzen. Er wordt van hen verwacht een diep gevoel van afschuw voor overtredingen tegenover hun medemens in de maatschappij te ontwikkelen, en tegelijkertijd ook tegenover Allah – overtredingen die, volgens de Qoer’aan, de diepere oorzaak van alle ziekten en de corruptie in het menselijk leven zijn.
TOESTEMMING VOOR VERGELDING
Een ander kenmerk van het islamitische strafwetboek is het recht van vergelding (Qisaas). Wanneer een persoon fysieke schade veroorzaakt bij een medemens, geeft de islaam de benadeelde partij het recht op evenredige vergelding. De Qoer’aan legt het concept van vergelding als volgt uit, wat vertaald kan worden als: “En de vergelding voor een slechte daad (sayyi’a) is dezelfde slechte daad (sayyi’a), maar voor wie vergeeft en verzoent: zijn beloning is bij Allah. Voorwaar, Hij houdt niet van de onrechtplegers.” (VBQ 42:40) Dit systeem wordt voortdurend door critici bestempeld als primitief en onbeschaafd. Murad beargumenteert echter: “Vanuit islamitisch standpunt werd in de geschiedenis het primitieve nooit per se gelijkgesteld met het onbeschaafde, omdat de menselijke natuur, aanleg, en goddelijke leiding altijd dezelfde zijn gebleven.” Volgens de Qoer’aan behoort het recht van vergelding tot individuen, en niet tot de samenleving of de staat. Deze eenvoudige verschuiving in verantwoordelijkheid leidt tot een ingrijpende verandering in het hele systeem van rechtvaardigheid. In plaats van een onomkeerbaar proces van berechting en bestraffing te beginnen (hetgeen veel tijd, financiële steun, en jarenlange inspanning vereist), biedt de islamitische wet de mogelijkheid voor een schikking tussen individuen. En dit zonder de inmenging van een onpersoonlijk bureaucratisch mechanisme, terwijl het individu ook niet het recht in eigen handen mag nemen.
- - - - - - -
Het gehele artikel en deel I is te vinden op de website (http://www.daraltarjama.com/dt_du).